A

Aandeel

Een aandeel is een bewijs van deelneming in het kapitaal van een onderneming. Als die onderneming ‘beursgenoteerd’ is, kan het aandeel via de beurs gekocht of verkocht worden. De prijs van het aandeel - zijn koers - hangt dus af van de vraag en het aanbod van dat aandeel. Die variëren volgens de situatie en de groeiperspectieven van de onderneming. 

Aandelen worden bewaard op een effectenrekening.

Actuarieel rendement

De term actuarieel rendement - ook internal rate of return (IRR) genoemd – wordt gebruikt om het werkelijke rendement van een belegging (bv. obligatie of kasbon met stijgend rendement) uit te drukken. Met andere woorden: hoeveel uw belegging u opbrengt, als u rekening houdt met alle factoren die een invloed kunnen hebben op uw rendement.

Bij de berekening ervan wordt er rekening gehouden met 4 elementen:

  • Aankoopprijs (bij obligaties wordt dat uitgifteprijs genoemd)
  • Terugbetalingsprijs op de eindvervaldag
  • Coupon (de intrestwaarde, maar ook wanneer uw uitbetaling gebeurt)
  • Looptijd

Het actuarieel rendement wordt berekend op jaarbasis.

De berekening: enkele voorbeelden

Hoe wordt het actuarieel rendement bij een klassieke kasbon, een kasbon met stijgend rendement en obligatie juist berekend? We verduidelijken bovenstaande definitie met enkele voorbeelden. De cijfers dienen louter ter illustratie.

Voorbeeld 1: klassieke kasbon

U tekent in op een kasbon op 3 jaar aan 100% voor een bedrag van 1.000 euro met een coupon van 1,30%. De coupon van een kasbon wordt bij uitgifte vastgelegd en blijft geldig gedurende de hele looptijd. Elk jaar ontvangt u 13 euro (1,30% van 1.000 euro). Op de eindvervaldag krijgt u dan 1.000 euro terug samen met de laatste coupon van 13 euro. Het actuarieel rendement is dus 1,30%.

Voorbeeld 2: kasbon met stijgend rendement

U koopt een kasbon met stijgend rendement op 3 jaar aan 1.000 euro. Stel dat u het eerste jaar 1,00% krijgt, het tweede jaar 1,25% en het derde jaar 1,75%. Dan ontvangt u het eerste jaar 10 euro, het tweede jaar 12,50 euro en op de eindvervaldag uw 1.000 euro plus een coupon van 17,50 euro. Het actuarieel rendement bedraagt dus 1,33%.

Voorbeeld 3: obligatie

U tekent in op een obligatie van 1.000 euro op 3 jaar aan 101% met een coupon van 1,30%. In plaats van 1.000 euro betaalt u dus 1.010 euro (101% van 1.000 euro). Jaarlijks ontvangt u 13 euro (1,30% van 1.000 euro). Op eindvervaldag krijgt u 1.000 euro plus de laatste coupon van 13 euro. Het actuarieel rendement van uw obligatie bedraagt in dat geval maar 0,96%.

Samengevat:

 

Klassieke kasbon

Kasbon met stijgend rendement

Obligatie

Intekenbedrag

1.000 EUR

1.000 EUR

1.010 EUR (101%)

Coupon

1,30%

1,00%-1,25%-1,75%

1,30%

Looptijd

3 jaar

3 jaar

3 jaar

Coupon

Elk jaar 13 EUR

10 EUR het 1ste jaar

12,50 EUR het 2de jaar

17,50 EUR het 3de jaar

Elk jaar 13 EUR

Actuarieel rendement

1,30%

1,33%

0,96%

Kijk dus altijd goed na hoeveel het actuarieel rendement van uw belegging bedraagt om uw werkelijk rendement te kennen.

B

Bank rating

De bank rating is een score die wordt toegekend aan elke bank voor haar kredietwaardigheid telkens als ze obligaties uitgeeft. Die score toont aan of deze obligaties veilig en stabiel zijn en of de bank haar betalingsverplichtingen op lange termijn kan nakomen. Op basis van die rating weet u dus of de bank gezond genoeg beheerd wordt. Ook bedrijven en overheden krijgen een rating als ze obligaties uitgeven.

Drie organisaties zijn gespecialiseerd in het berekenen en uitgeven van zulke scores: Moody’s, Standard & Poor’s en Fitch. Elk van die organisaties gebruikt haar eigen werkwijze om de kredietwaardigheid te beoordelen.

De score bestaat telkens uit een of meerdere letters en eventueel een + of – teken. Ze gaan van D (heel onbetrouwbaar) tot AAA (heel betrouwbaar).

AAA of AA+: dat is de hoogste score. De kans is heel groot dat de instelling haar betalingsverplichtingen rond obligaties nakomt.

AA: heel betrouwbaar.

A: de instelling heeft nog altijd een heel sterke positie op lange termijn.

BBB: minder betrouwbaar: de kans op terugbetalingsproblemen is groter. Als de economie sterk verandert, kan dat negatieve gevolgen hebben voor de instelling op lange termijn.

BB, B, CCC, CC en C: de obligaties worden beschouwd als risicovol (BB) tot heel risicovol (vanaf CCC). De professionele investeerders gebruiken de term ‘non-investment grade’ of zelfs ‘junk bonds’ voor de laagste ratings.

D: dat is de laagste score. De instelling is failliet of heeft een zware betalingsachterstand.

Let op: die ratings worden uitgegeven door een organisatie en bieden dus geen garantie of bewijs op wettelijk vlak.

Bankgarantie

Na de financiële crisis van 2008 heeft Europa in 2010 een minimale bescherming van de depositohouders opgelegd. Volgens de Europese richtlijn geldt die bescherming tot 100.000 euro per persoon (en natuurlijk per bank).

De bankwaarborg van 100.000 euro per persoon geldt voor:

  • Zichtrekeningen
  • Spaarrekeningen
  • Termijnrekeningen
  • Kasbons (als ze op een effectenrekenening staan)

De garantie dekt het totaal van die verschillende tegoeden.

Bankoverstapdienst

Wilt u voor uw betalingsverkeer overstappen naar een andere bank in België? Dan kan dat via de bankoverstapdienst. Die is bij elke bank gratis. Via die dienst regelen de banken onderling bijna alles voor u om u bergen papierwerk te besparen. En om onderbrekingen in binnenkomende en uitgaande betalingen zo veel mogelijk te voorkomen.

Uw vorige bank en uw nieuwe bank zorgen gratis binnen de 8 werkdagen voor:

  • de vlotte overdracht van al uw domiciliëringen, doorlopende opdrachten en al uw overschrijvingsopdrachten met toekomstige uitvoeringsdatum
  • de vereffening van uw zichtrekening bij uw andere bank
  • de overschrijving van uw saldo van uw oude naar uw nieuwe zichtrekening
  • het schrappen van al uw betaalkaarten

U hoeft alleen het formulier van de bankoverstapdienst in te vullen. Langsgaan bij uw oude bank is niet meer nodig. Breng de partijen die regelmatig op uw rekening storten wel op de hoogte dat u van bank bent veranderd. Maar ook daarin kan uw bankagent u helpen als u wilt.

Basisrente

U krijgt een basisrente als vergoeding voor het feit dat u geld op een spaarrekening zette. Hoeveel intresten u krijgt, hangt af van de periode dat elk bedrag op uw spaarrekening stond. 

De basisrente is in principe vast, maar ze wordt regelmatig aangepast afhankelijk van de evolutie van de financiële markt.

In tegenstelling tot de getrouwheidspremie krijgt u basisrente, zodra een bedrag meer dan één dag op uw spaarrekening staat.

Beleggingsstrategie

Een beleggingsstrategie is de werkwijze die de belegger hanteert om rendement te behalen met zijn belegging. Elke belegger (zowel particulier als professioneel) heeft zijn eigen beleggingsstrategie. Tot nu toe onderscheiden we twee strategieën: actief beleggen en passief beleggen.

Actief beleggen doet u met een klassiek beleggingsfonds. Dat is een fonds waarbij de beheerders ervan de markt proberen te verslaan. Ze zoeken actief naar trends op de markt en streven ernaar aandelen en obligaties te kopen en te verkopen op het juiste moment.

Passieve beleggers doen dat anders. Met een indexfonds. Een indexfonds volgt de evolutie van de markt, zonder te proberen ze te verslaan. In plaats van met een klassiek beleggingsfonds te beleggen in aandelen en obligaties van een of meerdere bedrijven, belegt u in alle aandelen en obligaties van een bepaalde markt, ook wel index genoemd. Op die manier behaalt u hetzelfde rendement als die markt. Omdat een indexfonds makkelijker te beheren is, blijven ook de kosten laag.

Beurs

De beurs is een officiële niet-tastbare markt waarop effecten verhandeld worden. Bedrijven, beleggers en fondsenbeheerders kopen en verkopen er obligaties, kasbons, aandelen, evenals grondstoffen (bv. goud).

Om effecten te kunnen verhandelen, moeten ze altijd genoteerd staan bij een beurs.

Bevek

Bevek staat voor ‘beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal’. Dat is een collectieve vennootschap – of een open fonds – in België die investeringen doet.

De bevek investeert in aandelen, obligaties, cash of andere producten. Iedereen kan deelbewijzen kopen. Hoe meer investeerders, hoe groter het vermogen van de bevek. En andersom: hoe meer investeerders hun kapitaal opvragen, hoe meer het vermogen van de bevek daalt.

Er zijn 2 soorten beveks:

Kenmerken bevek

  • U kunt in- en uitstappen wanneer u wilt (met of zonder extra kosten).
  • U schrijft u in aan de inventariswaarde (of ‘koers’) van dat moment.
  • Een bevek kan uit verschillende beleggingsportefeuilles of ‘compartimenten’ bestaan. U kunt als klant in verschillende ‘compartimenten’ tegelijk investeren.

C

CVC

CVC staat voor ‘Card Verification Code’. Die code vindt u op de achterkant van uw kredietkaart, net onder de strook waarop uw handtekening staat. Het gaat om de laatste 3 cijfers van de code met 7 cijfers. Ze biedt een extra controle om te vermijden dat uw kaart door een onbevoegd persoon gebruikt wordt. 

D

De vier pensioenpijlers

Als u met pensioen gaat, kunt u rekenen op 4 bronnen van inkomsten, die de vier pijlers genoemd worden.

  • De eerste pijler is het wettelijke pensioen: u krijgt een uitkering in functie van de sociale bijdragen die u tijdens uw loopbaan betaalde.
  • De tweede pijler hangt af van uw werkgever (of van uzelf als u zelfstandige bent): hij kan namelijk een groepsverzekering voor u afsluiten. De zelfstandige kan een vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen afsluiten. Om dat aan te moedigen, kent de overheid een fiscaal voordeel toe aan die verschillende formules.
  • De derde pijler hebt u zelf volledig in de hand. Door zelf een fiscale levensverzekering te nemen of extra te sparen voor uw pensioen, krijgt u bovendien ook een fiscaal voordeel.
  • De vierde pijler berust op uw eigen spaarinspanningen zonder fiscale ondersteuning. Daarbij denken we aan spaarrekeningen of financiële beleggingen. En bent u eigenaar van uw woning? Dan is dat ook een appeltje voor de dorst. 
Debetkaart

Een debet- of bankkaart is een betaalkaart waarmee u uw aankopen kunt betalen, geld afhalen of verrichtingen doen. Uw debetkaart is in de meeste gevallen betalend. Maar sommige banken geven die ook gratis bij een gratis zichtrekening.

1.     Aankopen betalen

Betalen is heel makkelijk: u plaatst uw debetkaart in de betaalterminal aan de kassa, u voert uw pincode in en u betaalt zo uw aankopen. Na uw betaling wordt het bedrag onmiddellijk van uw zichtrekening afgehouden en overgeschreven naar de rekening van de handelaar.

U kunt in miljoenen handelszaken betalen met uw debetkaart, zowel in België als in het buitenland.

2.     Geld afhalen

U kunt in België geld afhalen aan alle bankautomaten. Vertrekt u op reis? Ga op voorhand na of het ook mogelijk is om geld af te halen op uw bestemming. In veel Europese landen kan dat, maar niet overal.

3.     Verrichtingen uitvoeren

Met uw debetkaart kunt u ook rekeninguittreksels afdrukken, overschrijvingen doen, uw rekeninginformatie bekijken,… Vaak doet u dat thuis via uw pc-banking. Als u geen online zichtrekening hebt, kunt u dat meestal ook bij uw bankkantoor aan een selfdesk.

Kenmerken debetkaart:

  • U hebt uw geld 24u/24 ter beschikking.
  • Veilig: dankzij uw pincode kunnen onbekenden niet met uw debetkaart betalen.
  • Gebruikslimieten: u kunt per dag of per week niet meer dan een maximumbedrag afhalen of betalen met uw debetkaart. Vraag naar de voorwaarden bij uw bankier.
Deflatie

Deflatie is het omgekeerde van inflatie. Deflatie is een aanhoudende daling van de prijzen. Als de lonen gelijk blijven, zorgt deflatie ervoor dat de koopkracht groeit. Want u hebt almaar minder geld nodig om hetzelfde te kunnen kopen. Of u kunt met hetzelfde bedrag meer kopen. Er is dus een waardevermeerdering van geld.

Voorbeeld: een mp3-speler die vandaag 100 euro kost, kan na een jaar met deflatie 95 euro kosten. Of bij een ernstige deflatie zelfs maar 10 euro.

U vraagt zich misschien af wat er eigenlijk zo erg is aan dalende prijzen? Wie wil nu niet dat zijn geld meer waard wordt? Droom niet verder, want deflatie heeft een schadelijk effect op de economie. Aankopen worden uitgesteld, omdat klanten wachten op nóg lagere prijzen. Dat doet de omzet van bedrijven dalen, de vraag naar grondstoffen verminderen en de werkloosheid stijgen. Zo kan de economie in een recessie terechtkomen. Daarom is het beter om deflatie te voorkomen.

Deflatie en sparen

  • Sparen is aantrekkelijk omdat het gespaarde geld stijgt in waarde.
  • Maar veel sparen en weinig uitgeven is niet goed voor de economie.

Deflatie en lenen

  • Deflatie is gunstig voor mensen die geld uitlenen.
  • Deflatie is niet goed voor mensen die lenen. Het later terug te betalen geld is reëel meer waard.

De reële rente stijgt: het bedrag dat u moet terugbetalen is door de deflatie nu meer waard geworden dan op het moment dat de schuld werd aangegaan.

Dematerialisatie

Sinds 1 januari 2008 zijn effecten (aandelen, obligaties, kasbons en fondsen) gedematerialiseerd. Dat betekent dat ze niet meer in fysieke, papieren vorm te verkrijgen zijn en bewaard kunnen worden. Vroeger kreeg u bij de aankoop van een effect altijd papieren coupons op naam of ‘aan toonder’. De persoon die uw coupon vond en daarmee naar de bank ging, kon uw inleg en het rendement ervan incasseren. Soms werd er ook (fiscale) fraude mee gepleegd. Onder andere om die redenen moeten effecten nu altijd gedematerialiseerd en elektronisch bewaard worden op een effectenrekening, op naam van de houder. Ook de inkomsten op uw effecten stort uw bank nu onmiddellijk op uw effectenrekening.

 

Doorlopende opdracht

Een doorlopende opdracht is een automatische overschrijving van een vast of variabel bedrag naar een andere begunstigde. U kiest zelf de frequentie van de storting, het tijdstip en het bedrag. Ideaal dus om uw vaste maandelijkse uitgaven (bv. huur) te betalen of om op vaste datums geld op uw spaarrekening te storten. 

E

Effect

Effect is een synoniem van belegging. Effecten kunnen dus aandelen, obligaties, kasbons of fondsen zijn.

Effectenrekening

Wilt u beleggen in aandelen, obligaties, kasbons of fondsen? Dan hebt u een effectenrekening nodig om uw beleggingen te bewaren.

Vroeger kreeg u bij de aankoop ervan altijd een papieren eigendomsbewijs mee. Bij verlies of diefstal kon de vinder makkelijk de terugbetaling op eindvervaldag opvragen, samen met de intresten. Om dat tegen te gaan, bewaart u uw effecten nu veilig op een effectenrekening.

Kenmerken:

  • Uw effectenrekening heeft zoals elke andere rekening een IBAN-rekeningnummer.
  • Uw beleggingen verschijnen meteen na aankoop op uw effectenrekening.
  • Uw dividenden en intresten verbonden aan uw belegging worden meestal ook op uw effectenrekening gestort.
  • Uw rekeninguittreksels (verstuurd per post of via pc-banking) geven u een overzicht van uw beleggingen.
  • Uw effecten worden tot 20.000 euro beschermd dankzij het Beschermingsfonds.

F

Fondsenbeheerder

Beleggen kunt u op eigen houtje doen door zelf actief de beurs op te volgen. U houdt zelf de markt in het oog en probeert aandelen en obligaties op het juiste moment te kopen en te verkopen. Dit om beter te presteren dan de markt.

Met een fondsenbeheerder hoeft u zelf niet actief de markttrends te volgen. Een professionele belegger doet dat in uw plaats. Hij is volledig verantwoordelijk voor de algemene strategie, het beheer en de prestaties van het fonds.

Belegt u in indexfondsen, dan ligt het beheer volledig in handen van een fondsenbeheerder.

G

Gereglementeerde spaarrekening

De gereglementeerde spaarrekening is een rekening waarop u spaargeld zet in ruil voor intresten. Die intresten bestaan uit een basisrente en een getrouwheidspremie. ‘Gereglementeerd’ betekent dat de rekening de wettelijke voorschriften respecteert op het vlak van het boeken van de stortingen en opnames en de berekening van de intresten. In ruil daarvoor geniet een gereglementeerde spaarrekening van de vrijstelling van roerende voorheffing voor de eerste 1.880 euro (inkomsten 2013) aan intresten ontvangen per belastingplichtige.

Getrouwheidspremie

De getrouwheidspremie is het tweede deel van de vergoeding voor uw spaarrekening. U krijgt die bijkomende intrest, als het bedrag 12 maanden lang (te rekenen vanaf de dag van uw storting) op uw rekening staat. De rentevoet van de getrouwheidspremie is gegarandeerd tijdens die periode van 12 maanden.

De getrouwheidspremie wordt opgeteld bij de basisrente van uw spaarrekening. Zo krijgt u op langere termijn een betere opbrengst voor uw spaargeld.

H

Hypotheek

Een onroerend goed hypothekeren betekent dat dat goed als garantie voor de terugbetaling van uw lening dient. Als u uw verbintenis niet nakomt, kan uw schuldeiser (bijvoorbeeld uw bank) uw woning in beslag nemen, verkopen en zijn schuld terugvorderen via de opbrengst van de verkoop. Hij krijgt ook alle voorgeschoten kosten terug.

I

Index

De index is het referentiepunt waaraan beleggers hun beleggingsprestaties toetsen. De index is namelijk een verzamelnaam voor het gemiddelde van alle belangrijke aandelen op een beurs. In België is de Bel-20 de referentie-index. In Amerika is dat de Dow Jones of de S&P 500.

Indexbeleggen

Als u belegt in een indexfonds, noemen we dat indexbeleggen.

Indexfonds

Bij een klassiek beleggingsfonds probeert de beheerder ervan de markt of zogenaamde ‘benchmark’ te verslaan. Dat is een referentie-index op de markt waaraan de beheerder de prestaties van zijn beleggingsportefeuille toetst. In België is de Bel-20 de referentie-index.

Een indexfonds doet dat anders. In plaats van de ‘benchmark’ of referentie-index proberen te verslaan, volgt een indexfonds de index door die na te bootsen. De belegger van een indexfonds krijgt dan ook het jaarrendement van die index.

Bijvoorbeeld: de Bel-20 telt 20 aandelen. Een indexfonds dat de Bel-20 kopieert, belegt in alle 20 aandelen. Het rendement van de belegger is dan het rendement van de Bel-20.

De Bel-20 nabootsen is eenvoudig, omdat die maar 20 aandelen bevat. Maar sommige indexfondsen bevatten wel honderden aandelen. Neem bijvoorbeeld de S&P 500. Die telt 500 aandelen. Stel u voor dat u als belegger die afzonderlijke aandelen zelf moet beheren… een onmogelijke en dure opdracht. Nu koopt u het indexfonds S&P 500 wanneer u wilt met één enkele verrichting en volgt u zo de evolutie van die 500 aandelen.

De voordelen van een indexfonds

  • Eenvoudig: indexfondsen doen alle transacties voor u. Veel mensen investeren in indexfondsen. Daardoor hebben fondsenbeheerders voldoende financiële draagkracht om alle financiële onderdelen (bijvoorbeeld aandelen en obligaties) van een index te kopen.
  • Goedkoop: de verrichtingen voor de aan- en verkoop bij actief beheer kosten geld. Bij indexbeleggen zijn die verrichtingen tot een minimum beperkt. Een pak goedkoper dus. Bovendien genieten indexfondsenbeheerders van scherpere tarieven dan particuliere beleggers.
  • Transparant: de belegger weet op voorhand dat hij het marktrendement krijgt, omdat zijn indexfonds de index weerspiegelt.
Inflatie

De term ‘inflatie’ wordt vooral gebruikt om een daling in koopkracht aan te geven.

Inflatie is een aanhoudende prijsstijging van consumptiegoederen. Ze wordt uitgedrukt in een percentage: het inflatiecijfer. Als u leest dat de inflatie alweer gestegen is, betekent dat dat alles weer duurder geworden is.

Doordat de prijzen stijgen, verliest uw geld zijn waarde. En daalt uw koopkracht. Want u hebt almaar meer geld nodig om hetzelfde te kunnen kopen. Of u kunt met hetzelfde bedrag steeds minder kopen. Daarom wordt inflatie ook wel geldontwaarding genoemd.

Voorbeeld: stel u voor dat u in 2012 100 euro hebt betaald voor een mp3-speler. In 2014 kost die 110 euro. De inflatie van dat product is 10% over een periode van 2 jaar.

Een inflatie van 2 à 3 procent per jaar wordt als aanvaardbaar beschouwd. Maar een hoge en snelle inflatie kan leiden tot een monetaire crisis.

Inflatie en sparen

  • Voor spaarders is inflatie eigenlijk een negatief rendement. Als de rente op een spaarrekening (bv. 2%) lager is dan de inflatie (bv. 3%), dan lijdt een spaarder op termijn verlies. Want in dat geval is de koopkracht van zijn spaargeld afgenomen.
  • Om er qua koopkracht niet op achteruit te gaan, moet de nominale rente hoger zijn dan de inflatie. Dan is de reële rente positief.

Inflatie en lenen

  • Inflatie is gunstig voor mensen die lenen. Als u geld verschuldigd bent, moet u nu minder terugbetalen in koopkracht dan u oorspronkelijk ontvangen hebt. Want de reële rente op de lening ligt lager dan de nominale rente.

Maar als inflatie een tijdje doorgaat, verhoogt de rente. En dan wordt het opnieuw duurder om te lenen.

J

JKP

Als u een consumentenkrediet afsluit, moet de kredietgever bij wet verplicht het JKP of jaarlijks kostenpercentage vermelden. Het JKP drukt in procenten uit hoeveel de jaarlijkse kosten van uw lening werkelijk bedragen. Het omvat niet alleen de intresten die u terugbetaalt, maar ook bijvoorbeeld dossierkosten, commissie van de kredietbemiddelaar of een eventuele verplichte verzekeringspremie. De kredietgever mag in geen geval méér kosten aanrekenen dan het JKP aangeeft.

K

Kapitalisatie

Als u belegt in een kasbon kunt u kiezen om uw rendement jaarlijks te ontvangen (distributie) of pas op de vervaldag van uw kasbon (kapitalisatie). Kiezen voor kapitalisatie betekent dus dat uw opbrengsten bij uw oorspronkelijk belegde kapitaal worden gevoegd, zodat die het jaar nadien ook intresten opbrengen. Of anders gezegd: u krijgt rente op de rente die u anders jaarlijks zou ontvangen.
Beleggen in kapitalisatiefondsen is ook mogelijk. Zo’n fonds keert geen dividenden uit, maar herbelegt uw inkomsten. 

Kasbon

Een kasbon is een soort obligatie.U leent een som uit aan een bank of een andere financiële instelling. Op het einde van de rit krijgt u uw kapitaal terug mét intresten.Net zoals een obligatie heeft een kasbon een vervaldatum en een intrestvoet. De nominale waarde is identiek aan de waarde bij uitgifte. De intresten van uw kasbon krijgt u ofwel op bepaalde tijdstippen ofwel worden ze gekapitaliseerd en uitbetaald op de vervaldag samen met de nominale waarde. Ze zijn onderworpen aan een roerende voorheffing van 30%. Kasbons worden bewaard op een effectenrekening.

Kredietkaart

U gebruikt een kredietkaart net zoals een bankkaart. Het bedrag gaat wel niet onmiddellijk van uw zichtrekening. Dat gebeurt meestal op een vast moment in de maand. Uw bank schiet u dus voor een korte tijd geld voor. Voor elke kredietkaart moet u een kredietovereenkomst tekenen.

Voorbeelden van kredietkaarten: Visa, Mastercard, American Express...

Waarvoor een kredietkaart gebruiken?

  • Betalen: de kredietkaart wordt bijna wereldwijd aanvaard. U kunt ze ook gebruiken voor uw aankopen op internet.
  • Geld afhalen: met uw kredietkaart kunt u wereldwijd geld afhalen aan bankautomaten. Opgelet, dat is meestal betalend.

Kenmerken van de kredietkaart

  • Uitgavenlimiet: de standaarduitgavenlimiet bedraagt 1.250 euro. U kunt uw limiet tijdelijk laten verhogen, bijvoorbeeld als u naar het buitenland gaat. Vraag bij uw bank na hoeveel uw limiet bedraagt en welke extra mogelijkheden u hebt.
  • Betalingsuitstel: de verrekening van uw kredietkaartuitgaven gebeurt één keer per maand. Zorg er dus voor dat er genoeg geld op uw zichtrekening staat. Als uw uitgaven groter zijn dan het saldo op uw zichtrekening, gaat u onder nul en betaalt u intresten.
  • Veilig: u hebt minder cash op zak en u moet telkens uw pincode ingeven als u uw kredietkaart gebruikt.
  • Verzekering: in sommige gevallen bent u automatisch verzekerd als u met uw kaart betaalt (bv. voor uw reis). Informeer u over de precieze dekkingen.
Kredietlijn

Een kredietlijn is een mogelijkheid die uw bank u biedt om even onder nul te gaan op uw zichtrekening. 

Kenmerken van de kredietlijn:

  • Limiet: hangt af van bank tot bank. Standaard kunt u tot 1.250 euro onder nul gaan.
  • Terugbetalingstermijn: gewoonlijk moet u uw zichtrekening minstens één keer per maand aanzuiveren tot 0 euro.
  • Rente: gaat u onder nul, dan betaalt u rente op dat bedrag. Anders betaalt u niks.
  • Acceptatievoorwaarden: het gaat om een kredietaanvraag die uw bank moet goedkeuren.
Kredietwaardigheid

De zekerheid waarmee een bepaalde instantie (bank, bedrijf of land) of persoon zijn lening kan terugbetalen.

Wilt u een lening aangaan, dan kijkt de bank of de kredietinstelling altijd na of u in staat bent om uw lening correct terug te betalen.

Wat uw bank of uw kredietinstelling bijvoorbeeld nagaat:

  • Hebt u in het verleden uw lening(en) altijd correct terugbetaald?
  • Hebt u nog andere leningen lopen?
  • Hebt u een vast inkomen?
  • En in het geval van een instantie: zijn er voldoende financiële middelen om bijvoorbeeld het project te financieren? Is de toestand gezond?

Als uw bank na onderzoek vaststelt dat u kredietwaardig bent, mag u een lening afsluiten.

L

Lening op afbetaling

Met een lening op afbetaling leent u geld van uw bank. U betaalt het geleende bedrag in stukken terug. Aan zo’n lening hangen altijd voorwaarden vast die schriftelijk worden vastgelegd:

  • Het bedrag: hoeveel u in totaal leent.
  • De intrestvoet: hoeveel intresten u betaalt bovenop het geleende bedrag.
  • De betalingstermijn: op hoeveel maanden/jaren u het bedrag terugbetaalt.
  • De periodiciteit van betaling: bij een standaardlening op afbetaling betaalt u maandelijks het geleende bedrag - met intresten - aan uw bank terug. Soms kunt u ook een ander afbetalingsplan overeenkomen, waarbij u bijvoorbeeld tweemaandelijks betaalt.
  • Het termijnbedrag: hoeveel u maandelijks terugbetaalt aan uw bank (of de termijn die u bent overeengekomen).

Elke kredietovereenkomst bevat een aflossingstabel. Daarin leest u gemakkelijk af hoe ver u in de terugbetaling gevorderd bent en hoeveel u de bank nog moet. Opgelet: voordat u geld leent, moet uw kredietaanvraag aanvaard worden. Na onderzoek van uw bank of u de terugbetalingslast kunt dragen, wordt uw aanvraag aanvaard of geweigerd. 

Looptijd

De looptijd van een belegging is de periode dat uw belegging loopt. Voorbeeld: is het januari 2014 en staat de einddatum van uw belegging op januari 2019, dan is uw looptijd 5 jaar.

 

N

Nominale interestvoet

Simpel gezegd, is de nominale interestvoet de rente die u ziet in de bankadvertenties. Het is de rente die u zou moeten betalen of ontvangen, als u één keer per jaar rente zou betalen of ontvangen. Die rentetarieven bestaan dus zowel voor sparen als voor lenen.

Nominale rente en sparen

  • De nominale spaarrente is meestal een veelvoud van 0,05%. De bank vermeerdert uw spaargeld met die rentevoet. En betaalt u dat meestal één keer per jaar uit.
  • Voorbeeld: hebt u 1.000 euro op een spaarrekening staan? Dan wordt dat met een nominale rente van 5% volgend jaar 1.050 euro.

Nominale rente en lenen

  • De nominale rente is het tarief dat u overeengekomen bent met uw hypotheekinstelling. Dat tarief bepaalt welk bedrag er van uw rekening gaat. Als klant kunt u dat vermenigvuldigen met het geleende bedrag om zo uw schuld te berekenen.

Voorbeeld: u leent 1.000 euro aan een nominale rente van 5%. Dat betekent dat u op het einde van het jaar 50 euro hebt terugbetaald. U betaalt 5% van wat u geleend hebt aan interesten.

O

Obligatie

Een obligatie is een eigendomsbewijs van een schuldtitel. U leent geld uit aan een onderneming of de overheid, waardoor u op het einde van de rit uw kapitaal terugkrijgt mét intresten. Kenmerken van een obligatie:

  • Vervaldatum: de datum waarop uw geleende kapitaal terugbetaald wordt.
  • Nominale waarde (of ‘pari’): het bedrag dat op de vervaldag uitbetaald wordt.
  • Uitgifteprijs: de prijs waaraan de obligatie op de markten verkocht wordt bij de uitgifte ervan. Die kan lager (‘onder pari’), gelijk aan (‘a pari) of hoger (‘boven pari’) zijn dan de nominale waarde.
  • Intrestvoet: wordt toegepast op de nominale waarde. Daarmee kunt u het bedrag van de periodieke intresten berekenen. Die worden ofwel op bepaalde tijdstippen ofwel samen met de terugbetaling van het kapitaal uitbetaald op de vervaldag van de lening.

Obligaties kunnen aan- en verkocht worden op de beurs. Hun koers verschilt van de nominale waarde. De koers is immers afhankelijk van de financiële betrouwbaarheid van de ontlener (dat is de onderneming of overheid die de obligatie uitgegeven heeft) en van de intrestvoeten op de markten.De intresten van obligaties zijn onderworpen aan de roerende voorheffing van 30% (met uitzondering van de Letermebon die van een gereduceerd tarief van 15% geniet).Obligaties worden bewaard op effectenrekeningen.

Overbruggingskrediet

U hebt een eigen huis of appartement, maar u kijkt al uit naar een andere woning. In dat geval kunt u beroep doen op een overbruggingskrediet. Want hoe financiert u anders uw nieuwe woning als de vorige nog niet verkocht is?

Het principe is eenvoudig: u leent een bedrag bij uw bank voor uw nieuwe huis of appartement. Met het overbruggingskrediet moet u tijdens die overgangsperiode alleen de intresten op uw geleende kapitaal betalen. Pas wanneer uw eigendom verkocht is, betaalt u het geleende bedrag terug. Zo hoeft u zich geen zorgen te maken over tijdelijk geldgebrek.

Kenmerken van een overbruggingskrediet:

  • De looptijd varieert van bank tot bank. Meestal sluit u een overbruggingskrediet af voor maximaal 1 tot 2 jaar.
  • Is uw huis vroeger verkocht dan gepland? Dan kunt u zonder problemen uw kapitaal vroeger terugbetalen.
  • Dikwijls hebt u verschillende terugbetalingsformules. Bijvoorbeeld: uw intresten terugbetalen tijdens de looptijd van uw overbruggingskrediet of pas op het einde van het overbruggingskrediet.

P

Portefeuille

Belegt u in aandelen, fondsen, obligaties of kasbons, dan hebt u een ‘beleggingsportefeuille’. Het is de benaming voor het geheel van effecten die u hebt gekocht. Ze worden bewaard op een effectenrekening.

Primaire markt

Als een bedrijf of vennootschap kapitaal nodig heeft, dan kan die aankloppen bij investeerders in plaats van bij de bank te lenen. Dat gebeurt op de primaire markt. De vennootschappen geven daar hun obligaties uit, dankzij tussenkomst van één of meerdere banken. Over het algemeen kopen alleen professionele beleggers op de primaire markt obligaties aan. Maar soms kunnen particulieren dat ook via een openbare aanbieding. U moet geen extra kosten betalen als u een obligatie koopt op de primaire markt

R

Reële interestvoet

De reële rente is eigenlijk de werkelijke rente in koopkracht. Vooral spaarders willen graag weten wat de reële rente van hun investering is. Die bepaalt het uiteindelijke resultaat van sparen.

De reële rentevoet houdt rekening met de inflatie. De reële rente is gelijk aan de nominale rente verminderd met de inflatie. Stel dat de nominale rente 5% per jaar bedraagt en de jaarlijkse inflatie 2%: de reële rente komt dan uit op (ongeveer) 3%.
Als er deflatie heerst, moet je die deflatie optellen bij de nominale rente om de reële rente te weten te komen.

Reële rente en sparen

  • De opbrengst van sparen en beleggen moet altijd bekeken worden in combinatie met de inflatie. Spaarders kijken niet alleen naar het nominale rendement, maar vooral naar het reële rendement.
  • Voorbeeld: u hebt 1.000 euro op een spaarrekening staan. Met een nominale rente van 5% wordt dat volgend jaar 1.050 euro. Maar als door inflatie de prijzen dat jaar met 4% stijgen, betekent het dat u 1.040 nodig hebt om hetzelfde te kopen dan verleden jaar met 1.000 euro. U. verdient dus eigenlijk minder aan sparen. Met een inflatie van 4% en een nominale rente van 5% is uw reële rente maar 1%. U kunt dus maar 1% meer kopen dan voordien.
  • Als de inflatie hoog is, daalt het reële rendement en wordt sparen minder aantrekkelijk.

Reële rente en lenen

  • Ook de grootte van de leenschuld kan bekeken worden in combinatie met de inflatie.
  • Voorbeeld: u leent 1.000 euro aan een nominale interest van 5%. Op het einde van het jaar hebt u 50 euro aan intresten betaald. Als door inflatie de prijzen stijgen, is uw 50 euro minder waard geworden. U betaalt minder in koopkracht dan u dacht.

Daarom wordt bij inflatie volop geleend: de schulden zijn goedkoper dan op het moment waarop u schuld aanging. De reële interest is lager dan de nominale interest.

Roerende voorheffing

Als u geld belegt, hangt daar altijd een roerende voorheffing aan vast. Dat is een belasting die uw bank – of elke andere financiële tussenpersoon – int op die inkomsten:

  • Intresten op een termijnrekening
  • Intresten op een spaarrekening
  • Intresten op kasbons en obligaties
  • Intresten van Letermebons
  • Dividenden van distributie-aandelen en -beveks
  • Dividenden van residentiële vastgoedbevaks

Sinds 1 januari 2017 bedraagt de roerende voorheffing 30% voor alle inkomsten uit beleggingen. Er zijn echter 3 uitzonderingen. De RV bedraagt 15% voor:

  • dividenden van gereglementeerde vastgoedvennootschappen die meer dan 60% investeren in gezondheidszorg
  • intresten van Letermebons
  • intresten van gereglementeerde spaarrekeningen, die het bedrag van 1.880 euro (inkomsten 2016) per persoon overschrijden. De eerste schijf van 1.880 euro aan intresten is vrijgesteld van roerende voorheffing.

S

Secundaire markt

Op de secundaire markt worden vooral aandelen of obligaties verhandeld, die al op de primaire markt verkocht werden. Een ‘tweedehandsmarkt’, zeg maar. Als u bijvoorbeeld aandelen of obligaties wilt aan- of verkopen, doet u dat op de secundaire markt. Die obligaties zijn dus al beursgenoteerd.

Enkele kenmerken van de secundaire markt:

  • Financiële tussenpersoon: u koopt uw obligatie bijna altijd via een bankier of makelaar.
  • Kosten: in tegenstelling tot aan- of verkoop op de primaire markt moet u op de secundaire markt transactiekosten betalen aan uw financiële tussenpersoon (bv. uw makelaar).
  • Prijs: hoeveel u betaalt voor uw obligatie, hangt af van de wet van vraag en aanbod. Hoe meer geïnteresseerden, hoe hoger de prijs, en andersom.
SEPA

De SEPA of Single Euro Payments Area werd opgericht in 2008. Bedoeling: alle betalingen in Europa op een uniforme manier laten verlopen door overal identieke betaalmiddelen te gebruiken. Denk maar aan bankkaarten, overschrijvingen, domiciliëringen…

Vanaf 1 februari 2014 verdwijnt het onderscheid tussen binnen- en buitenlandse betalingen definitief. Weg met de nationale overschrijving. Vanaf dan spreken we over Europese overschrijvingen en wordt betalen eenvoudiger.

SEPA-domiciliëring

Met een SEPA-domiciliëring geeft u de toestemming aan uw leverancier om zijn facturen rechtstreeks bij uw bank te innen. Vroeger ging dat alleen op nationaal niveau. Sinds 1 februari 2014 kan een domiciliëring nu ook binnen Europa in de SEPA-landen. Een domiciliëring heet dus voortaan een SEPA-domiciliëring of Europese domiciliëring.

Verhoogde bescherming sinds 1 februari 2014:

  • Wordt er een verkeerd bedrag van uw rekening afgetrokken? Of wordt er zonder uw toelating geld afgehouden? Dan hebt u vanaf de debitering 8 weken de tijd – tegenover vroeger 48 uur – om dat te betwisten en een terugstorting te eisen bij uw bank.
  • Hebt u een domiciliëring geannuleerd en houdt uw leverancier toch geld af van uw rekening? Dan hebt u 13 maanden om de terugbetaling ervan te vragen.
SEPA-overschrijving

Sinds 1 februari 2014 vervangt de SEPA-overschrijving (of Europese overschrijving) de nationale overschrijving. Doel: betalingen binnen de SEPA-landen in Europa eenvoudiger en uniform maken. Overschrijvingen binnen de SEPA-landen gebeuren nu op eenzelfde manier en met dezelfde betalingstermijnen als bij nationale overschrijvingen.

Voordelen:

  • Eén enkel rood uniform formulier: voor iedereen herkenbaar binnen Europa.
  • Gemakkelijk in te vullen: het afscheurstrookje als bewijs van betaling is verdwenen, dus minder werk voor u.
  • Betalingen binnen SEPA-landen na maximaal 3 bankwerkdagen: u bent er zeker van dat al uw overschrijvingen ten laatste binnen de 3 bankwerkdagen uitgevoerd zijn. In België hebt u de garantie dat uw overschrijving binnen 1 bankwerkdag gebeurt.

Wat hebt u nodig voor de SEPA-overschrijving?

  • Het rode overschrijvingsformulier (als u uw overschrijving op papier wilt doen)
  • De BIC van de bank van uw begunstigde
  • Het IBAN-rekeningnummer van uw begunstigde
  • De naam van uw begunstigde
Staatsobligatie

Een staatsobligatie is een obligatie die de overheid uitgeeft. U leent met andere woorden geld uit aan de staat. En als wederdienst krijgt u rente op uw uitgeleende geld.

Kenmerken:

  • Elke obligatie heeft een bepaalde looptijd. U kent  de einddatum van tevoren.
  • U weet perfect hoeveel interesten u krijgt en wanneer.

Elke staatsobligatie krijgt een obligatierating. Dat is een cijfer dat professionele bureaus (bv. Fitch) toekennen op basis van de kredietwaardigheid van de staat.

T

Termijnrekening

Als u spaargeld voor een bepaalde of langere tijd kunt missen, kunt u een termijnrekening overwegen. Bij een termijnrekening zet u spaargeld voor een bepaalde termijn vast. Dat betekent dat uw geld gedurende de hele looptijd niet beschikbaar is. De looptijd en de interestvoet worden op voorhand vastgelegd. De interestvoet blijft tot de einddatum constant. U ontvangt de interesten op regelmatige tijdstippen. Ofwel worden ze gekapitaliseerd en op de vervaldag uitbetaald. Ze zijn onderworpen aan een roerende voorheffing van 30%.