HomeMijn geld beherenWat u moet weten over de stedenbouwkundige bestemming

Wat u moet weten over de stedenbouwkundige bestemming

U wilt uw vrij beroep uitoefenen in uw eigen huis of een commerciële ruimte omvormen tot een woonplaats? Dat kan niet zomaar. En soms zelfs helemaal niet!

Ieder huisje heeft zijn kruisje. En ook zijn eigen stedenbouwkundige bestemming. Die bepaalt de hoofdfunctie van een gebouw en is afhankelijk van de zone waarin het gelegen is. De stedenbouwkundige bestemming bepaalt of u woningen kunt bouwen op een bepaald terrein. Ook de vraag of u een nieuwe of bijkomende functie mag of kunt geven aan een gebouw hangt af van de stedenbouwkundige bestemming.

Meerdere bestemmingen

Algemeen gezien zijn er zes hoofdcategorieën als het op de hoofdfunctie van een bepaalde zone aankomt:

  • Wonen
  • Handel, horeca, kantoorruimte en diensten
  • Industrie en ambacht
  • Landbouw
  • Dag- en verblijfsrecreatie
  • Bos, natuur- of parkgebied

Vergunning nodig

In principe is voor iedere wijziging in de hoofdfunctie van een gebouw een stedenbouwkundige vergunning nodig. Dat geldt dus ook voor gedeeltelijke wijzigingen. Ook voor eventuele verbouwings- of inrichtingswerken die hand in hand gaan met de nieuwe functie is een stedenbouwkundige vergunning nodig.

De vraag of een commerciële ruimte kan worden omgevormd tot woonplaats is daarmee dus eigenlijk beantwoord. Als u iets dergelijks van plan bent, moet u het nodige opzoek- en aanvraagwerk doen. Hou daarbij dan ook rekening met een mogelijke ‘nee’. Dat is zeker belangrijk als u van plan bent een bepaald pand aan te kopen!

Niet alleen stedenbouwkunde

De vraag of u een vrij beroep kunt uitoefenen in uw eigen huis is een ander paar mouwen. Een ruimte vrij inrichten als bureel of werkplaats (bv. dokterspraktijk) voor uw vrij beroep kan wel degelijk, maar alleen onder strikte voorwaarden. Zo moet uw woning gelegen zijn in een woongebied of in een daarmee vergelijkbaar gebied. Daarnaast moet de woonfunctie de hoofdfunctie blijven. En moet de bijkomende functie een kleinere oppervlakte beslaan dan de woonfunctie. Die oppervlakte is wettelijk bepaald en durft al eens verschillen van gewest tot gewest. Ten slotte mag die bijkomende functie niet verboden zijn door bijvoorbeeld de plaatselijke bouwverordeningen, verkavelings- of BPA-voorschriften. Zo bepalen heel wat verkavelingsvoorschriften dat er een zuiver residentieel karakter is. Die woningen mogen dus niet gebruikt worden voor de uitoefening van handel of horeca. Ook hier is het dus een kwestie van het nodige opzoekingswerk te doen.

Raadpleeg alle partijen

Plannen in die richting of zelfs uitgebreider dan dat? Zoek de stedenbouwkundige bestemming van uw pand of woning op via het sectorplan van het gewest waar het gelegen is:

Tot slot nog deze raad: hou rekening met alle mogelijke betrokken partijen. Zelfs als het gewest of de gemeente een wettelijk oké geeft, kunnen er nog andere obstakels opduiken. Als u bv. iets wilt veranderen in een pand waarvan u niet de enige eigenaar bent, is het aangewezen uw mede-eigenaars van bij het begin te betrekken bij uw plannen. Zo voorkomt u dat u plannen smeedt en aanvragen doet die uiteindelijk tot niets leiden.