HomeBeleggen op maatObligatie of kasbon: waar zit het verschil?

Obligatie of kasbon: waar zit het verschil?

Deze twee beleggingsproducten lijken misschien op elkaar, maar het zijn verre van tweelingen. Waarin verschillen ze? En waarop moet u letten?

Met een obligatie of kasbon leent u geld aan een onderneming, aan de overheid of aan een financiële instelling. En zoals bij elke lening krijgt u ook intresten. Normaal geldt: hoe langer de looptijd, hoe hoger de rentevoet en hoe hoger uw coupon.

Eén gelijkenis, veel verschillen

De enige gelijkenis tussen een obligatie en een kasbon is de jaarlijkse uitkering van intresten. En op die interesten betaalt u 25% roerende voorheffing. Waarin verschillen ze dan?

1.    Beginkapitaal

Intekenen op een kasbon kan al vanaf 250 euro. Bij een obligatie start u meestal met hogere bedragen, vanaf 1.000 euro (met uitzondering van staatsobligaties).

2.    Veiligheid

Met een kasbon zijn uw risico’s quasi volledig ingedekt en kent u uw rendement van tevoren. Gaat de bank waaraan u uw geld leent toch failliet, dan is uw spaargeld tot op zekere hoogte beschermd door het depositogarantiefonds.

Een obligatie houdt meer risico’s in. Hoe hoger het risico, hoe hoger uw rendement. Stel dat u investeert in een bedrijf met een onzekere toekomst, dan krijgt u een hogere rente, maar loopt u ook het risico uw geld niet meer terug te zien.

3.    Looptijd

De looptijd van een kasbon varieert meestal tussen één en tien jaar. Bij een obligatie hangt de looptijd af van wat er op de financiële markt beschikbaar is en van de uitgiftes op het moment van uw belegging.

4.    Kosten

Uw bank kan uw kasbon gratis inschrijven – ‘bewaren’ in het jargon - op uw effectenrekening. Voor een obligatie betaalt u bij de meeste banken een bewaarloon. Tenzij het een obligatie van de bank zelf is, dan is dat gratis.

5.    Aankoop/verkoop

U kunt een obligatie op twee manieren aankopen: u koopt ze bij uitgifte (primaire markt), of u koopt ze na uitgifte op de beurs (secundaire markt). U kunt ze altijd verkopen, maar vraag zeker naar de koers op dat moment.

Een kasbon koopt u wanneer u wilt, maar houdt u beter tot de eindvervaldag. Verkoopt u voor de vervaldag, dan betaalt u een schadevergoeding.

Uitgifteprijs: a pari, boven pari of onder pari

Dan rest ons nog één verschil: de uitgifteprijs. Bij de kasbon is dat heel eenvoudig. Het geld dat u hebt uitgeleend, krijgt u volledig terugbetaald op vervaldag (a pari). Obligaties kunnen ook boven of onder pari worden uitgegeven. Dat betekent dat de nominale waarde van de obligatie niet overeenkomt met de prijs die u daarvoor betaalt. Als u bijvoorbeeld in een obligatie met een nominale waarde van 1.000 euro wilt beleggen, maar de obligatie staat op 101%, dan moet u 1.010 euro betalen. Komt die onder pari te staan op 98%, dan betaalt u maar 980 euro, om op vervaldag 1.000 euro te krijgen.

Meer of minder rendement? Koop slim.

Neem het rendement van uw obligatie bij aankoop altijd even onder de loep. Want om uw rendement te berekenen, moet u rekening houden met verschillende factoren. Stel dat u een obligatie koopt met een nominale waarde van 1.000 euro en een rendement van 4,5% op 5 jaar. U betaalt er 1.020 euro voor (boven pari). Jaarlijks krijgt u intresten, maar die intresten worden berekend op de nominale waarde, dus op 1.000 euro. U krijgt dus elk jaar 45 euro in plaats van 45,9 euro. Bovendien krijgt u maar 1.000 euro op vervaldag, en niet 1.020 euro, want de terugbetaling gebeurt altijd op nominale waarde. In werkelijkheid bedroeg uw rendement dus 4,01% (het actuariële rendement) in plaats van 4,5%.

En andersom: koopt u een obligatie met een nominale waarde van 1.000 euro aan 980 euro, dan ligt uw actuariële rendement op het einde van de rit hoger: 5%.

Waarvoor nu kiezen: kasbon of obligatie?

Dat hangt af van uw persoonlijke voorkeur: veiligheid, een potentieel hoger rendement…. U beslist zelf.