HomeBeleggen op maatInvesteren in een kot: een zekere gok?

Investeren in een kot: een zekere gok?

Ik ben van plan een studentenkamer te kopen in de universiteitsstad. Omdat mijn kinderen daar gaan studeren, maar ook als investering. Is dat een goed idee? (Rita, 52 jaar)

Het is zeker een goed idee, zolang u maar niet uit het oog verliest dat er heel wat komt kijken bij zo’n kot.

Investeren in vastgoed: vraag en aanbod

Ondanks het feit dat er in hoog tempo studentenkoten worden bijgebouwd, overtreft de vraag nog altijd het aanbod. Nu de spaarrentevoeten zwaar onder druk staan, laten almaar meer mensen dan ook hun oog op een studentenkot vallen om hun geld in te investeren.

“Op zich is dat inderdaad geen slecht idee”, zegt Herman Du Bois van Quares, een vastgoedmaatschappij die heel wat studentkoten in haar portfolio heeft. “Een kot kopen is natuurlijk vrij kapitaalintensief. Maar u krijgt er wel een aardige huuropbrengst voor terug. Daarnaast is er natuurlijk ook een goede kans dat u het na enkele jaren met winst kunt verkopen.”

Addertjes onder het gras

“Toch zijn er ook wel enkele addertjes in het gras”, waarschuwt Du Bois. “Niet alle studentenkoten zijn immers gelijk. Net zoals bij regulier vastgoed zijn ook hier drie zaken belangrijk: locatie, locatie en locatie. Een kot dat centraal gelegen is, kunt u gemakkelijker verhuren dan een kot aan de rand van de stad.”

Bovendien is een kot onderhouden en beheren ook een vrij arbeidsintensieve bezigheid, veel mensen onderschatten dat. Zeker voor verhuurders die maar één of twee koten hebben, vreet het up-to-date en wettelijk in orde houden van het kot aan het huurrendement. Wie heel veel koten in portefeuille heeft, wordt dan weer geconfronteerd met een flinke administratieve rompslomp. Studenten worden ook almaar kritischer en verwachten altijd maar meer comfort. Een eigen keukentje of douche, dubbele beglazing, brandveiligheid, tv- en internetaansluiting,…Ze hebben allemaal hun prijskaartje en drukken alweer het rendement dat u als verhuurder kunt behalen. Het kot moet uiteraard ook goed onderhouden worden. Voor heel wat kleine herstellingen zal de kotbaas dus op tijd en stond zijn portefeuille moeten bovenhalen.

Lawine aan wetten

“Vergeet ook niet dat een studentenkot aan heel veel wettelijke vereisten moet voldoen”, zegt Du Bois. “Het gaat dus niet op om van eender welk ‘krot’ een ‘kot’ te maken. Zelfs een deugdelijke woning in koten omturnen, is niet zo’n eenvoudige zaak. Het reglementaire kader, dat zowel een gewestelijke als gemeentelijke verantwoordelijkheid is, is heel uitgebreid en ingewikkeld. Er zijn bouwreglementen, comfortvereisten, kwaliteits- en veiligheidsnormen, brandvoorschriften, regels in verband met verluchting, verwarming en elektriciteit, de toegangsvereisten, en ga zo nog maar even door.”

De vereisten waaraan een kot moet voldoen, zijn in Brussel, Wallonië en Vlaanderen, op enkele nuances na, nagenoeg identiek. Een kleine greep uit de regels:

  • Een kot zonder keuken of bad moet minstens 12 m² groot zijn.
  • Er moet minstens één gemeenschappelijk toilet zijn per begonnen groep van zes bewoners.
  • Als er een douche of keuken geïnstalleerd wordt op de kamer, moet er minstens 3 m² extra oppervlakte voor voorzien zijn.
  • De brandveiligheid moet met een verslag van de brandweer kunnen aangetoond worden.
  • De totale glasoppervlakte van een specifieke ruimte (alle ramen bij elkaar) moet minimaal 1/12 van het vloeroppervlak bedragen, met een minimum van 1 m².

In Wallonië bijvoorbeeld hebt u, voordat u kunt verhuren, ook een ‘permis de location’ nodig, een bewijs dat alle normen zijn nageleefd. Die vergunning kost 156 euro plus 31 euro per individuele kamer (exclusief btw).

Bovenop die gewestelijke wooncodes, kan ook elke stad of gemeente nog aanvullende (en vaak strengere) voorschriften hebben. Zo is het sinds kort in Brussel verplicht om in collectieve woningen nog meer gemeenschappelijke ruimtes te hebben dan de gewestelijke Wooncode vraagt, tot 28 m² als u twaalf studenten huisvest.

Stel uw vraagBekijk alle vragen