HomeBeleggen op maat Het ideale evenwicht tussen rendement en risico

Het ideale evenwicht tussen rendement en risico

In hun zoektocht naar een hoger rendement wagen steeds meer spaarders zich op de beurs. Beleggingsfondsen zijn dan een interessant instrument: ze combineren een potentieel hoger rendement met een gezonde risicospreiding.

Beleggingsfondsen zijn zonder twijfel een van de populairste beleggingsproducten in ons land. Dat blijkt uit cijfers van sectorfederatie Beama. Eind 2015 stak er in ons land voor 172 miljard euro in beleggingsfondsen, tegenover 159 miljard euro een jaar eerder. ‘Fondsen hebben een plaats in elke beleggingsportefeuille’, zegt Arne Lebegge van Record Bank. Want binnen de grenzen van hun eigen beleggersprofiel spreiden spaarders hun vermogen het best over verschillende activaklassen. Alleen zo blijven de risico’s binnen de perken. Wie zijn vermogen uitsluitend parkeert in aandelenfondsen is bijzonder kwetsbaar wanneer de beurzen door een dal gaan. Maar wie al zijn centen op een spaarrekening zet, is ook niet helemaal uit de gevarenzone.

‘De inflatie ligt hoger dan de spaarrentes. Daardoor kunnen spaarders de stijgende levensduurte niet langer bijbenen. Ze verliezen spaargeld, want op het einde van de rit kunnen ze met hun spaarcenten en de rente-inkomsten minder producten in hun winkelkarretje leggen’, zegt Lebegge.

Gezonde spreiding

Net daarom zijn beleggingsfondsen een goede aanvulling op traditionele spaarproducten. Ze bieden uitzicht op een potentieel hoger rendement, terwijl ze nog altijd garant staan voor een gezonde risicospreiding. Een aandelenfonds investeert immers niet in een handvol aandelen, maar wel in tientallen tot zelfs honderden verschillende aandelen. Slechte prestaties van enkele individuele aandelen hebben dan een beperkte impact op het totale rendement van het aandelenfonds. Bovendien zijn er ook voor beleggingsfondsen verschillende risicoklassen. ‘Er is altijd wel een fonds dat optimaal aansluit bij de risico’s die je als belegger wilt nemen’, zegt Lebegge. Wie zich niet comfortabel voelt bij aandelen, kan ook investeren in obligatiefondsen of in gemengde fondsen met zowel aandelen als obligaties. En een investering in een dakfonds – dat investeert in een groot aantal andere fondsen – breidt de risicospreiding nog eens exponentieel uit.

Nog een voordeel? Dankzij beleggingsfondsen moeten beleggers niet zelf speuren naar interessante koopkansen, waarna ze de evoluties op de financiële markten goed in het oog moeten houden om ook een zicht te hebben op de juiste verkoopmomenten. Dat is het werk van de fondsbeheerder. Dat heeft natuurlijk een prijskaartje. De meeste fondsen hanteren eenmalige instapkosten van 1 tot 3 procent, met jaarlijkse beheerskosten van eveneens 1 tot 3 procent.

Horizon

In principe is een rendement van 4 à 5 procent op jaarbasis een realistische verwachting voor wie geen al te grote risico’s neemt. ‘Maar garanties zijn er niet’, stipt Lebegge aan. ‘De financiële markten reageren heel nerveus en de rendementen zijn heel volatiel. Niemand kan voorspellen hoe een beleggingsfonds zal presteren.’ Net daarom is het zo belangrijk om een beleggingshorizon van minstens 5 à 7 jaar voor ogen te houden. En liefst zelfs nog langer. Alleen zo krijgt uw kapitaal de kans om te recupereren van mogelijke beursschokken. Wie zijn kapitaal geen jaren kan missen, laat een investering in een beleggingsfonds dan ook beter aan zich voorbij gaan.