HomeVoordelig lenenDe regionalisering van het woonkrediet: wat met de fiscale aftrek?

De regionalisering van het woonkrediet: wat met de fiscale aftrek?

Vanaf 1 januari 2014 is het zo ver: de fiscale aftrek van het woonkrediet is dan geen federale bevoegdheid meer, maar een gewestelijke, waar Vlaanderen, Brussel en Wallonië zelf over beslissen. Wat verandert er?

Koen Janssens van Wolters Kluwer

De fiscale inbreng van een hypothecaire lening is voor de overheid een van de belangrijkste steunmaatregelen om een zo groot mogelijk deel van de bevolking aan een eigen woning te helpen. Vanaf volgend jaar zijn die gunstmaatregelen geen federale bevoegdheid meer, want dan wordt ze overgeheveld naar de verschillende regio’s. We gingen bij fiscaal specialist Koen Janssens van Wolters Kluwer polsen naar de mogelijke veranderingen.

Weinig te merken

“In het regeerakkoord is wel overeengekomen om die overheveling te doen, maar er zijn nog helemaal geen wetten rond gestemd”, steekt Janssens van wal. “Er zijn ook nog geen scenario’s opgesteld van mogelijke gevolgen van bepaalde beslissingen , laat staan dat er al keuzes gemaakt zijn. Het is dus nog grotendeels koffiedik kijken. Dat gezegd zijnde: in eerste instantie zullen de gevolgen volgens mij uiterst beperkt zijn. Minister Bourgeois heeft al aangekondigd dat er een soort van rustperiode van minstens een jaar komt. Dus vóór 2015 zullen bouwers er sowieso weinig van merken.”

“Ook mensen die al een lening hebben, zullen de regionalisering van de fiscale aftrek nauwelijks voelen”, maakt Janssens zich sterk. “Dat hebben de politici al in het federale regeerakkoord vastgelegd. Het oude en het nieuwe systeem van fiscale aftrek zullen dus naast elkaar bestaan. Dat is trouwens nu ook al het geval. Het huidige systeem van de ‘woonbonus’ - de fiscale aftrekbaarheid van de woonlening -  werd in 2005 ingevoerd. Het oude systeem dat daarvoor werd gebruikt, bestaat ook nog altijd. Dat is dus niet uitzonderlijk.”

Eigen beleid ontwikkelen

Met die overheveling van bevoegdheden wil de overheid de gewesten de kans geven om een coherent, eigen woonbeleid te ontwikkelen. “Zo goed als alle bepalingen rond stedenbouw zijn al een gewestelijke bevoegdheid”, legt Janssens uit. “Het idee is dus om ook de fiscale maatregelen beter op die stedenbouwkundige maatregelen te laten inhaken. En om bijvoorbeeld te voorkomen dat bepaalde federale stimulansen, sommige gewestelijke bepalingen zouden tegenwerken of omgekeerd.”

Gestegen kosten

Er zijn heel wat stemmen die stellen dat het huidige systeem van de woonbonus aan vervanging toe is. De Vlaamse Woonraad bijvoorbeeld wijst op de explosief gestegen kosten die aan het systeem kleven. In Vlaanderen kostte de woonbonus de overheid in 2010 zo’n 1,2 miljard euro. Tegen 2024 zou dat al 2,9 miljard euro zijn. “Er zijn ook verschillende studies die erop wijzen dat de woonbonus vooral de prijzen omhoog heeft geduwd”, zegt Janssens. “Niet zozeer de jonge huizenbouwers, maar wel de eigenaars hebben ervan geprofiteerd. Ik denk persoonlijk dat dat een valabel argument is. Het is dus misschien geen slecht idee dat de gewesten eens goed nadenken over een hervorming van het systeem. In plaats van fiscale maatregelen zou je dan bijvoorbeeld meer rechtstreekse subsidies kunnen geven of bijvoorbeeld meer woningen en gronden in omloop kunnen brengen.”