HomeOndernemenBrexit één jaar later: wat zijn de gevolgen?

Brexit één jaar later: wat zijn de gevolgen?

Een jaar geleden stemden de Britten vóór het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Een historische dag. Tijd om even de balans op te maken van de begindagen van de brexit.

Op 23 juni 2016 werd in één klap de hele situatie omgegooid en rezen er ontelbare vragen over de toekomst van het Verenigd Koninkrijk en Europa na hun scheiding. Maar politiek, dat is iets van langere adem. In het afgelopen jaar was het aantal profetische verklaringen die elkaar tegenspraken niet van de poes. Intussen doemen toch enkele belangrijke elementen op uit de mist die beide oevers van het Kanaal bedekt.

Verkiezingen die uitdraaien op een fiasco

Enkele maanden geleden heeft de Britse eerste minister Theresa May formeel de brexitprocedure geactiveerd, waardoor elke terugweg nu definitief afgesloten is. Op 8 juni stond ze echter voor de nationale verkiezingen, en het minste wat we daarvan wel kunnen zeggen is dat ze niet als winnaar uit de bus is gekomen: in het parlement heeft ze haar meerderheid verloren. Het gevolg daarvan is dat ze niet echt over een sterk mandaat beschikt om met de Europese Unie te onderhandelen over de Britse voorwaarden bij het verlaten van de Europese verdragen. Hoewel haar discours over een harde brexit nauwelijks afgezwakt lijkt, hebben de voorstanders van een 'zachte brexit' aanzienlijk aan kracht gewonnen in het debat. De reden daarvoor is erg eenvoudig: de twee partijen (de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk) hebben er beide belang bij zoveel mogelijk banden tussen de twee sterk verstrengelde economieën te bewaren.

De OESO wil de gemoederen bedaren

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) kwam op 31 mei officieel tussenbeide om zowel de EU als Groot-Brittannië aan te moedigen gematigd te te onderhandelen. Volgens de OESO zou een 'harde' brexit de twee blokken in een situatie kunnen brengen waar geen van beide voordeel uit haalt. De organisatie benadrukte daarbij vooral de rol van Londen als financieel centrum en wijst erop dat het moeilijk zou zijn om de decennia aan expertise over te dragen aan een ander EU-land.

Het gepingel is begonnen

In deze fase zijn er nog maar weinig echte beslissingen genomen. Dat is logisch: het onderhandelingsproces is pas officieel van start gegaan op 29 maart 2017, toen de Britse regering de Europese Unie officieel kennis heeft gegeven van haar intentie om Europa te verlaten. En aangezien het proces twee jaar duurt, zal de brexit pas echt van kracht zijn vanaf 29 maart 2019. De twee partijen zijn deze maand eindelijk beginnen onderhandelen over de vorm die de toekomstige relaties zullen aannemen. Nadat ze elkaar eerst een tijdje argwanend hadden zitten aanstaren terwijl ze hun spreekwoordelijke spierballen lieten rollen, hebben ze deze week eindelijk het onderwerp zelf aangesneden.

Eerste concrete hoofdstuk: het vertrek van de 3 miljoen Europeanen die in het Verenigd Koninkrijk leven. Tijdens haar toespraak in het Lagerhuis zei May dat ze hen in het land wilde laten blijven, en dat ze een speciaal permanent verblijfsstatuut voor hen wilde creëren. Dat statuut zou toegekend worden na een verblijf van vijf jaar en zou dezelfde rechten verlenen als het Europese burgerschap vandaag (werk, toegang tot gezondheidszorg, scholen, pensioen enz.).

In ruil daarvoor wil Londen dezelfde voorwaarden bekomen voor de Britten die wonen op het Europese vasteland en een... volledig akkoord over de brexit. Om maar te zeggen dat er nog niet veel vooruitgang is geboekt in de onderhandelingen: de hoofdonderhandelaar voor de Europese Unie, de Fransman Michel Barnier, heeft de Britten terug naar de ontwerptafel gestuurd.

Het probleem is dat dit een zeer gevoelige kwesties is voor de Europeanen, en dan vooral voor de 800 000 Polen die zich in het Verenigd Koninkrijk hebben gevestigd.

Bevindt het Verenigd Koninkrijk zich in een hachelijke positie?

Terwijl de Europese landen nog niet echt de gevolgen van de brexit voelen, is dat niet het geval voor het Verenigd Koninkrijk zelf.

In het eerste kwartaal van 2017 bedroeg de Britse groei slechts 0,2%, terwijl die in het vierde kwartaal van 2016 nog 0,7% haalde. Dat is het slechtste resultaat van de hele G7. Als dit ritme aanhoudt, zal zich dat op jaarbasis vertalen in +1,6% in 2017 en nauwelijks 1% in 2018, volgens de OESO.

De koopkracht van de Britten is aan het dalen als gevolg van de stijgende inflatie (+2,9% in mei), en die is dan weer het gevolg van de duik die het Britse pond nam (-15% op een jaar tijd).

Hoewel dit alles doorweegt op de binnenlandse consumptie en de investeringen van bedrijven, is het wel gunstig voor de export. Ook het toerisme profiteert van de situatie. Het is dan ook nog te vroeg om een volledige economische balans op te maken van de brexit. Al kunnen we nu al stellen dat de doemscenario's die verkondigd werden door de 'remain'-aanhangers, zowel tijdens de campagne als na het referendum, niet hebben plaatsgevonden.

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang tal van tips en informatie over sparen, lenen en beleggen.