HomeBeleggen op maatBeleggen met of zonder autopiloot?

Beleggen met of zonder autopiloot?

In de fondsenwereld bestaat een onderscheid tussen actief en passief beheerde fondsen. Waarin schuilt het verschil? En wat zijn de voor- en nadelen?

Het ene beleggingsfonds is het andere niet. Om te beginnen bestaat er al een groot onderscheid tussen beleggingsfondsen naargelang de activa waarin ze investeren (zoals aandelen, obligaties of grondstoffen) en de regio’s of sectoren waarop ze zich concentreren. Maar daarnaast is er nog een ander fundamenteel verschil: dat tussen actief en passief beheerde fondsen.

Bij fondsen met actief beheer houdt de fondsenmanager voortdurend de vinger aan de pols van de financiële markten. Vaak gebeurt dat zelfs door een team van managers. Binnen het eigen beleggingsuniversum (zoals dat van Europese of Amerikaanse aandelen, groeimarktobligaties en grondstoffen) speuren ze voortdurend naar koopkansen en verkopen ze de activa die hun potentieel hebben bereikt. Doorgedreven research en een actieve aan- en verkoopstrategie vormen de fundamenten van het actieve beheer.

Dat is een groot verschil met passief beheerde fondsen. Experts omschrijven ze wel eens als fondsen die op autopiloot vliegen. De beheerder van zo’n fonds volgt veel minder een eigen beleggingsstrategie en kopieert vooral de samenstelling van een bepaalde index. Zo schaduwt een passief Amerikaans aandelenfonds bijvoorbeeld de S&P500-index. Als de samenstelling van die index verandert, zal de passieve fondsbeheerder ook de posities in zijn eigen fonds wijzigen. ‘Toch kunnen ook passieve fondsen eigen accenten leggen door bepaalde posities te herzien. Maar dat gebeurt veel minder frequent dan bij actief beheerde fondsen’, zegt Arne Lebegge van Record Bank.

Kosten

De verschillende aanpak van beide fondsentypes weerspiegelt zich ook in andere ambities. ‘Fondsen met actief beheer willen de markt verslaan, terwijl passief beheerde fondsen vooral de markt willen volgen’, zo omschrijft Lebegge het verschil. En daarmee lijken fondsen met een actieve manager op het eerste gezicht interessanter. Toch is dat zeker niet altijd het geval. ‘Actief beheerde fondsen slagen er niet altijd in om de markt te verslaan’, zegt Lebegge. Dat heeft verschillende oorzaken. Om te beginnen heeft een fondsenmanager niet alle wijsheid in pacht. Hij kan sommige evoluties fout inschatten en zijn beleggingen kunnen verkeerd uitdraaien. Net daarom is het zo belangrijk dat u de beleggingsfondsen uitpikt die al hebben bewezen dat ze consistent mooie rendementen kunnen neerzetten. En zelfs dat is geen garantie.

Daarnaast heeft ook het kostenplaatje een impact op het rendement van actieve beleggingsfondsen. Diepgaande research, een team van fondsenmanagers en talrijke transacties maken het beheer van een fonds duurder, wat zich doorgaans vertaalt in hogere beheerskosten voor actieve fondsen. En dat kan aan het rendement vreten.

Daarmee hebben actief en passief beheerde fondsen elk hun eigen specifieke voor- en nadelen. Aan actieve fondsen zijn meestal hogere kosten verbonden, maar ze baseren beleggingsbeslissingen op eigen diepgaande research en ze streven een rendement na dat hoger is dan dat van een index. Een passief fonds is dan weer goedkoper, maar er is weinig kans om beter te presteren dan de onderliggende index. ‘Beide fondsentypes hebben hun kwaliteiten. Daarom moeten beleggers niet noodzakelijk een keuze maken tussen het ene of het andere. De combinatie van passieve met actieve fondsen is een sterk wapen voor een beleggingsportefeuille’, zegt Lebegge. ‘In een stijgende markt presteren passieve fondsen doorgaans beter. Actieve fondsen zijn dan weer in het voordeel in een volatiele markt, omdat ze beter inspelen op kortetermijnopportuniteiten. Wie beide fondsentypes in zijn portefeuille heeft, profiteert optimaal van de evolutie op de beurs.’